donderdag 21 juni 2012

Puberliefde

Ik was er vorig jaar bij. Ik was er bij toen een zestienjarige jongen uit Angola zijn verhaal vertelde aan de IND. Aan een grijze tafel in een grijs gebouw. Hij was verliefd geworden op een meisje, het mooiste meisje van de wereld. Met ogen zo groot en zo bruin, haar huid zo glad en donker afstekend tegen haar felgele sarong. Puberliefde. Maar wel echt. Dicht tegen elkaar aanliggen onder de melkboom die de grond bezaaide met kleine oranje vruchtjes. Zij luisterde met haar ogen dicht naar zijn verhalen, moest af en toe lachen. Maar haar stam was niet de zijne, dus zijn toekomst niet de hare. En de schaduw van de boom was niet donker genoeg. Haar ouders kwamen achter de relatie en huwelijkten haar uit aan een oude, rijke man. Een man met een dikke buik en een priksnor. Een man met ruwe vingers en gele tanden. Zij vroeg echt niet veel, ze wilde alleen maar die zestienjarige jongen met zijn lieve handen en zachte lippen. Haar oudere zus vond haar in de namiddag. Haar mooie voeten, met het twijgje om haar enkel, vijftig centimeter boven de grond. De jongen kreeg de schuld en moest vluchten, vluchten voor zijn leven. Duizenden kilometers later kwam hij in een land aan, een land met grijze gebouwen en grijze tafels. Verstoten, met het beeld van zijn meisje voor eeuwig op zijn netvlies gebrand. Een jongen van zestien. Hij kijkt naar me en glimlacht zelfs even. Ik loop naar hem toe en druk zijn hoofd tegen mijn borst. Zijn haar ruikt lekker, naar oranje vruchtjes.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen